Korte nachten

Na een drukke dag besluiten we deze avond maar eens op tijd naar bed te gaan. Om 22.30 uur liggen we er al in. Dan, rond 1.30 uur, schrik ik plotseling wakker. Ik hoor mijn vrouw, die nogal licht slaapt, uit bed stommelen en dat doet ze niet echt zachtjes. ‘Wat is er?’ vraag ik. ‘Ik hoor wat beneden’, zegt ze. ‘Ach’, zeg ik nog, ‘dat is vast niet bij ons.’ Ze sluipt de trap af en sist dan, op net iets te harde toon, ‘er staan mensen voor onze deur.’

Dan gaat ook vrijwel meteen de deurbel. Ik ben nu ook klaarwakker en sprint in mijn pyjama naar beneden. ‘Wie belt er nu om 1.30 uur ’s nachts aan?’ denk ik bij mezelf. ‘Je doet de deur niet open hoor’, hoor ik mijn vrouw roepen. Gelukkig kan ik even door het raampje van onze bijkeuken kijken wie er voor de voordeur staat. Ik zie twee jonge vrouwen staan, in witte jassen. Daarvoor durf ik de deur wel open te doen. ‘Wat wilt u?’, vraag ik op een niet al te vriendelijke toon. De vrouwen kijken elkaar even aan en dan zegt de ene: ‘wij zijn van het donatieteam.’ De andere vrouw vult aan: ‘wij moeten bij de aula zijn en we hebben dit adres doorgekregen. Maar het ziet er niet echt uit als een aula’. We wonen in een rijtjeshuis middenin een woonwijk, dus dat kan wel kloppen.

De consternatie is me nu helemaal duidelijk. In verband met een overlijden zou er inderdaad vannacht een donatieteam bij onze aula komen. Mijn collega’s verwachten ze daar. Ik leg de dames, die helemaal uit het westen van het land komen, uit dat ze echt helemaal verkeerd zijn en wijs ze de weg naar de aula. Zij kunnen er natuurlijk ook niets aan doen dat ze een verkeerd adres hebben doorgekregen, maar het resultaat is wel dat onze slaap voor dit moment wel helemaal voorbij is.

Ik doe de deur weer op slot en zeg tegen mijn vrouw: ‘ze kwamen voor donatie.’ ‘Nu al?’, reageert ze, heel wakker. We liggen allebei in een deuk.
Het is 2.30 uur als we samen in de kamer een kop thee drinken. Klaarwakker van hetgeen net gebeurd is.

Korte nachten, maar liever niet als het niet ECHT nodig is.